Nieuws
Levensloopregeling vanaf 2006
Aantrekkelijke regeling, ook voor DGA
Vanaf 1 januari 2006 kan de opbouw van prepensioen niet meer fiscaal gefacilieerd plaatsvinden. Het werkgeversdeel van de premie wordt derhalve belast en het werknemersdeel is niet langer aftrekbaar. Werknemers die vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt, worden niet getroffen door de wijziging (mits de prepen- sioenregeling aan een aantal voorwaarden voldoet). Vanaf 1 januari 2006 is er echter de levensloopregeling.
Met ingang van 1 januari 2006 heeft iedere werknemer het recht om een levenslooptegoed op te bouwen. Hij kan daartoe jaarlijks maximaal 12% van het brutoloon sparen. Het spaartegoed mag maximaal 210% van het bruto loon bedragen. De levensloopregeling biedt de werknemer overigens geen afdwingbaar recht het levenslooptegoed op te nemen; opname moet in overleg met de werkgever plaatsvinden. Het is niet toegestaan om in hetzelfde jaar zowel toevoegingen aan de levensloopregeling als aan de spaarloonregeling te doen. De werknemer moet derhalve jaarlijks kiezen tussen beide faciliteiten. Elk jaar dat de werknemer spaart voor de levensloop bouwt hij recht op de zogenoemde levensloopverlofheffingskorting op van € 183,-; die heffing kan worden verzilverd bij opname van het levenslooptegoed. Voor opname van het levenslooptegoed is niet van belang met welk doel de werknemer verlof neemt.
Fiscus draagt bij
Het bijzondere van de levensloopregeling is dat de fiscus bijdraagt aan deze spaarregeling. Over het gespaarde bedrag wordt geen belasting geheven in Box 1. Pas als de bedragen worden uitgekeerd (in de verlofperiode) wordt er belasting over ingehouden. Er is nog een fiscaal voordeel: de gespaarde gelden hoeven niet als vermogen te worden aangegeven in Box 3.
Voorbeeld
Jan heeft een maandsalaris van € 5.000,- en besluit mee te doen aan de levensloopregeling. Als hij per maand € 500,- wil sparen, wordt loonbelasting berekend over € 4.500,-. De volledige
€ 500,- wordt gestort bij een bank op een aparte rekening. Na een paar jaar mag Jan (die inmiddels € 20.000,- bij elkaar heeft gespaard) van zijn baas met levensloopverlof. Hij kan nu vier maanden weg met behoud van zijn volledige salaris. De bank stort elke maand € 5.000,- naar de werkgever die er loonbelasting over inhoudt en het vervolgens netto aan Jan uitkeert. Het kan ook zijn dat Jan in de verlofperiode genoegen neemt met 70% van zijn salaris. Zo kan hij bijna zes maanden met verlof.
Directeur-grootaandeelhouders
Voor de DGA is deze regeling goed nieuws. Indien de B.V. immers alleen de DGA zelf op de loonlijst heeft staan, kon de DGA niet aan de spaarloonregeling meedoen. Aan de levensloopregeling kan de DGA echter wel deelnemen. Dit biedt perspectieven in de financiële planning van de DGA. Ook hij wil immers wel eerder stoppen met werken. Omdat de DGA zelf zijn salaris kan vaststellen, kan hij zelfs deelnemen zonder dat hij daar in nettoloon op achteruit gaat, Hij kan immers zijn eigen loon zodanig verhogen, dat het na aftrek van het gespaarde levenslooptegoed even hoog blijft. Bijkomend voordeel is dat hij tevens meer pensioen opbouwt.
Bron: Fiscale Actualiteiten maart 2006
Hoewel bij deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, kan voor eventuele fouten en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaarden de auteurs, de redactie, Juridisch & Fiscaal Marketingteam en Administratiekantoor Klaas Kleijn deswege geen aansprakelijkheid.